Het is een akelig en naar kereltje. Niet dat het uiterlijk er iets toe doet in het leven, dus ook niet in het tango-wereldje, maar in het geval van El Mano worden de gewone regels overtreden. Niet alleen die van beleefdheid, maar ook die van de menselijkheid. Dan is er van mijn kant geen redelijkheid meer te verwachten. Mijn hele beeld van deze man wordt dan ook geheel en onredelijkerwijs gekleurd door wat ik heb meegemaakt. Niets kan er dan ook niet irritant zijn aan hem. Zijn puisterig gezicht met pofwangetjes. Dat arrogante mondje met dat puberale vlassnorretje erboven. Die sluike haren in dat vieze staartje, met in de nek enkele plukken schaamhaar. Maar bovenal die arrogante houding van ‘ik zal jou wel eens vertellen hoe jij dansen moet, meisje’. En laat één ding duidelijk zijn: zo lekker danst hij nou ook weer niet, want zijn danscapaciteiten zijn zo ongeveer het enige dat ik mij van hem niet meer voor de geest kan halen. Maar laat ik vooral bij het begin beginnen.
In Argentinië is de situatie zo dat de ene helft van de bewoners van Buenos Aires tangolessen geeft aan de andere helft. Dit betekent natuurlijk een zeer krappe markt, waardoor elke vorm van marktverbreding met beide handen moet worden aangegrepen. De topdansparen hebben hun naamsbekendheid die ervoor zorgt dat de klassen gevuld zijn met leerlingen uit binnen- en buitenland. Maar de wat minder bekende leraren zullen er een actievere marktbewerking op na moeten houden. En welke markt biedt meer kansen dan de niet aflatende zwerm tangotoeristen die uit alle windstreken komt aangevlogen om neer te strijken langs de oevers van de tango-oase?
Zo zal een exotisch ogend poldermeisje na een paar weken BA al snel een stapeltje visitekaartjes verzameld hebben, aangereikt door de diverse ‘professores de tango’. Deze vorm van zelfpromotie van de heren en dames professores gaat meestal op een vrij onschuldige manier. Op de dansvloer tijdens het beleefdheidspraatje wordt het onderwerp subtiel aangesneden. Of, gezeten aan het tafeltje langs de dansvloer buigt iemand zich naar je toe om een praatje te maken. Sommige marketeers begeven zich zelfs buiten de muren van een salon. Zo zat ik eens op de bank in de bekende tangoschoenenwinkel aan de Suipacha, met één voet in een hooggehakte schoen, toen een grijze meneer op mij afkwam. Dansleraar aan de overkant, was op zijn kaartje te lezen. Met indringende blik greep hij mijn hand vast terwijl hij mij de mysterieuze zin ‘I will be waiting for you’ toesprak. Een heer met overigens geen sterk visueel geheugen, want toen ik ongeveer 30 minuten later plaats nam in de salon aan de overkant kreeg ik zijn tweede kaartje overhandigd met een even indringend ‘I will be waiting for you’. Het heeft hem overigens vijf visitekaartjes gekost voordat hij de moed opgaf.
Maar er zijn types die nog vasthoudender zijn, die als een pitbull naar slachtoffers op zoek gaan. Hoe groter de groep toeristen, hoe vasthoudender de beet. In deze laatste categorie is ook El Mano onder te brengen. In alle salons waar veel buitenlanders komen is hij te vinden. Met spiedende ogen loert El Mano in het rond naar alles met blond haar en een buitenlands accent. Hij is de kleine dikkerd die met de reuzinnen danst, waarbij de inspanning op zijn bezwete gezicht af te lezen staat. Hij is degene die zich het meest uitslooft op de dansvloer zonder dat er plezier uitstraalt. Een wonderlijk schouwspel, want dansen zonder plezier is als lachen zonder vrolijkheid. Een soort dansende Patricia Paay, maar dan mannelijk. Een dansende Transavia glimlach – geen Iberia, want daar wordt niet geglimlacht.
Slechts één keer maakte ik de fout in de val van El Mano te lopen. En dit dan nog uit beleefdheid van mijn kant, laat dat duidelijk zijn. Op die bewuste avond was het heerschap namelijk op onverklaarbare wijze aan ons tafeltje beland. Na enkele dames onder handen te hebben genomen was ik dan ook eindelijk aan de beurt. Hij stond op en vroeg mij ten dans. En iemand afwijzen die je open en bloot ten dans vraagt is nu eenmaal moeilijk zonder onvriendelijk over te komen. Maar ook al weet je dat er geen zakelijke overeenkomst uit voort kan komen, dan is er altijd nog de dans.
De dans. Maar was het wel dansen? Dansen is toch samen proberen iets moois te maken? Elkaar te begrijpen en aan te voelen? Een stapje terug doen of juist op je tenen lopen? Rekening houden met elkaar? Zo weet ik er nog wel een paar, maar dansend met El Mano besefte ik al snel dat ik iets vreselijk verkeerd deed. Ik hoorde een licht gesteun in mijn rechteroor oor. De ’embrazo’ was ook niet goed. Als een man die een te klein colbertje heeft aan getrokken schurkte hij ongemakkelijk met zijn lijf heen en weer. Toen de tweede dans begon, was het echt niet meer met mij uit te houden. Daar was de hand van de meester. Mijn kin werd tussen vingers en duim gegrepen en, als ware het een handvat, een kwartslag gedraaid, frontaal tegen het zijne. Mijn lippen werden richting de haargrens geduwd. Ook mijn linkerarm werd verplaatst. Gedwee liet ik hem begaan in de hoop dat het hierbij zou blijven. Echter al snel werd mij duidelijk dat ook mijn rechterhand zeer teleurstellend was. Ostentatief werd deze heen en weer geschud: niet genoeg druk! Zo viel er gewoonweg niet met mij te dansen. Daar moest nodig aan gewerkt worden.
Nou sta ik open voor verbeteringen en ben ik mij bewust van vele onvolkomenheden, maar er zijn grenzen aan mijn geduld. In de door hem geboetseerde houding voelde ik mij behoorlijk ongemakkelijk. Met kramp in mijn armen en mijn neus in de pommade werd het tijd op te treden. Opstandig draaide ik mijn hoofd terug in mijn vertrouwde, zij het zeer verkeerde houding. Dit tot grote teleurstelling van de maestro hetgeen hij liet blijken door een driftig ophalen van de schouders. Dan moest ik het verder zelf maar weten. Na afloop van het dansje hield hij het echt niet meer uit met mij en werd ik resoluut maar beleefd naar mijn tafeltje begeleid. Het was duidelijk dat hij liever aan een tafeltje zat dan met mij de tanda af te dansen. Al met al een ervaring die niet meer dan een lichte verontwaardiging bij mij teweeg kon brengen. Weer achter mijn glaasje mineraalwater gezeten was het mijn beurt om mijn schouders op te halen. Mannen? Geen handvol maar een landvol, zeker in Argentinië.
Maar hoe slaagde dit vervelende mannetje erin om als een van de weinige Argentijnen bij mij op de zwarte lijst te komen staan? Hoe was hij als onooglijke klier in staat om een zo grote afkeer in mij teweeg te brengen? Hoe bereikt iemand het punt om door dames geboycot te worden? Dat punt werd bereikt toen ik dagen later met een Amerikaanse jongen in een salon zat te praten. Zijn vriendin was aan het dansen, maar kwam opeens de dansvloer afgerend met een blik in de ogen alsof ze het monster van Loch Ness met eigen ogen had kunnen aanschouwen. Vol ontsteltenis deed zij haar verhaal.
Ze was ten dans gevraagd. Op de dansvloer had de heer in kwestie haar kin gepakt en haar gezicht tegen zijn wang aan gedrukt. Toen was hij begonnen met opmerkingen te maken. In het Spaans, en dat had ze slechts gedeeltelijk kunnen begrijpen. ‘El mano, el mano!’ had hij toen geroepen, terwijl hij woest met haar hand had geslingerd. Toen pas had hij begrepen dat ze buitenlandse was. ‘What the hell are you doing?’ had hij luidkeels geroepen terwijl hij haar rechterhand in de lucht had gestoken. ‘What am I doing?’ had ze vol verbazing geantwoord ‘what I am doing? I am dancing with you of course!’ Toen had meneer zijn schouders opgehaald en had haar midden in een nummer, midden op de dansvloer achtergelaten. Tussen alle dansende paren, ten overstaan van alles en iedereen, had ze haar weg terug moeten banen naar ons tafeltje.
Eigenlijk was het niet meer nodig dat ze hem aanwees. El Mano had overal zijn vingerafdrukken achtergelaten. Dames, denk vooral niet dat er alleen mythische tangohelden in Argentinië rondlopen. U bent gewaarschuwd.
