“Rusland heeft meer gevoel dan welk land dan ook.” Vaclav Nijinski, balletdanser
Toen ik drie jaar geleden begon te dansen, associeerde ik de tango met alles behalve de stad waar ik ben opgegroeid. De tango hoorde bij mijn volwassen leven en dus bij Nederland en Europa. Een stad zo ver weg van de grote Europese centra, hoe moest de tango daar aarden? Waar moesten de docenten vandaan komen? Met wie zouden de dansers ervaring opdoen? Het is voor veel Russen niet makkelijk om naar het buitenland te gaan, maar welke westerling gaat er nou naar Moskou wanneer hij of zij de keuze heeft uit heel Europa plus Buenos Aires? Nadat ik in El Corte Valentina Ustinova was tegengekomen, de oprichtster van een van de eerste tangoscholen in Moskou, begon mijn beeld te veranderen. Deze zomer, terug in Rusland voor vakantie, had ik mijn tangoschoenen bij me.
Op mijn eerste avond namen Valentina en Katja mij mee naar Alibi, een club-restaurant in het centrum van Moskou waar hun school Casa del tango elke dinsdagavond een salon houdt. Het is een knusse kelderruimte met een bar, tafeltjes rondom een houten dansvloer en rondwentelende discolichtjes. Het was vreemd om na een lange afwezigheid opnieuw in mijn stad te zijn, maar het was nog vreemder om er te gaan dansen. Ik voelde me thuis omdat iedereen mijn moedertaal sprak, maar ik voelde me ook thuis omdat ik tangomuziek hoorde. Voor de rest was het niet anders dan in welke tangostad dan ook. Misschien kleiner – de tangogemeenschap in Moskou bestaat pas vier jaar. Misschien gemoedelijker, want iedereen kent elkaar. Zeker informeler, omdat de meerderheid van de dansers jong is: twintigers en dertigers. Mijn komst was vooraf aangekondigd. Hier had men al veel over Nederland gehoord, sommige waren er zelfs al geweest, en alles aan mij wekte belangstelling: hoe ik danste, wat voor schoenen ik droeg, hoe ik was gekleed, of ik les had gehad van Eric uit Nijmegen in eigen persoon. De Russen zijn gewend tegen het Westen op te kijken, ook in de tango. Ik was een bijzonderheid, een buitenlander en tegelijkertijd niet. Ik had de tango “daar” geleerd, “daar” waar alles altijd beter is, ik was iemand die het uit de eerste hand wist. De avond was amper begonnen of men stelde de belangrijkste vraag: wat vond ik nou van de tango in Moskou? Ik observeerde de vloer. Het was verrassend om te zien hoe ver deze kleine gemeenschap in vier jaar was gekomen. Ik zag een bezieling, een rijke muzikale beleving, een openlijke overgave aan de dans. Het voelde in meer dan één opzicht als thuiskomen. Dat opgaan in de muziek: ik herkende mezelf in de manier waarop de mensen hier dansten. Ik wist toen al dat ik me hier niet zou gaan vervelen. Tango en Moskou, dacht ik, de twee zijn voor elkaar bestemd. Welk ander volk op dit continent lijkt nou meer op de Argentijnen? Neem nou die beroemde Russische emotionaliteit. De vriendschappen zijn er voor het leven, de liefde dramatisch, de conflicten verwoestend, de grip op de dagelijkse routine moeilijk te handhaven. Zich overleveren aan de grote emotie, is dat niet typisch Russisch? En is dat niet typisch tango? Daarnaast, net als in Buenos Aires, moet de tango de mensen in Moskou een uitvlucht bieden uit de harde realiteit.
Valentina vertelde me dat vlak na de financiële krach van 1998 opeens nieuwe beginners toestroomden, terwijl zij bang was dat de school het niet zou redden. En net als Buenos Aires wilde Moskou altijd op de beroemde Europese steden lijken. Verwaarloosd in de tijd van het communisme heeft zij in het Westen lang de reputatie gehad van een grauwe, kille stad, maar in de afgelopen tien jaar is Moskou onherkenbaar veranderd. Het oude centrum heeft zijn oorspronkelijke pastelkleuren terug, de stad is schoner geworden, mensen flaneren over de boulevards, vullen caféterrassen en restaurants. Ik heb mijn stad nog nooit zo mooi gezien. Moskou is Parijs, met haar parken en fonteinen. Moskou is Berlijn: er wordt in koortsachtig tempo gebouwd. Moskou is New York: je moet de laatste expositie hebben bezocht, de laatste theaterproductie hebben gezien, volgens de laatste mode gekleed gaan. Deze stad heeft alles maar wil nog steeds alles hebben – ook de tango. Het zou mij niet verbazen als binnenkort een tangofestival in Moskou wordt gehouden.
Je kunt nu al twee tot vier keer per week naar een salon. Op dinsdagavonden zijn de dansers in Alibi vrijwel het enige publiek en de obers moeten leren om niet met volle dienbladen dwars over de dansvloer te lopen. Zoals alle salons in Moskou gaat het dansen hier door tot middernacht, zodat je de laatste metro kunt halen. Het Cultuurhuis aan de Delegatskaja straat, of simpelweg de Delegatskaja, is een andere vaste plek voor een wekelijkse salon. Het ligt in een statig en verwaarloosd Sovjetgebouw aan de Sadovoje Koltso (de Tuinenring) en met zijn witte zuilen, stoffig parket en zware kroonluchters is het een desolate en tegelijkertijd op een vreemde manier warme ruimte. Terwijl je in Alibi zou vergeten dat je niet in een willekeurig andere Europese stad bent, is de sfeer aan de Delegatskaja onmiskenbaar Russisch. Maar de mooiste plek om in de zomer te dansen is de openluchtsalon op zaterdagavond, aan de kade van de Moskou-rivier in Neskoetsjny Sad, wat vertaald de “Niet-saaie tuin” betekent. Aan de voet van een voetgangersbrug ligt daar een ruime houten dansvloer. Een meegebrachte cd-speler draait op batterijen. Terwijl de zon ondergaat en de stad haar lichten ontsteekt, kijken de parkbezoekers geamuseerd vanaf de stenen trappen naar de dansers. Op warme avonden verzamelt zich hier heel tangodansend Moskou.
Tijdens een workshop merkte ik dat de Russische dansers ook heel hard kunnen werken. Ze weten precies wat ze willen: dansen zoals in Europa en Argentinië, als het kan nog beter. ‘Inhalen en voorbij streven’, volgens de oude communistische slogan. Wie het zich kan permitteren, gaat op festivals in het buitenland kijken. In mijn laatste week in Moskou was een groepje van mijn nieuwe tangovrienden naar de Internationale week in Nijmegen vertrokken, een aantal andere ging kort daarop naar Sitges. Maar de bekende buitenlandse docenten hebben ook zelf de weg naar Moskou en Sint-Petersburg gevonden. Alleen dit jaar zijn Claudia Códega & Esteban Moreno uit Buenos Aires, Jean Sébastien Rampazzi uit Parijs en Eric Jørissen uit Nijmegen op bezoek geweest. In november worden Vincent Morelle & Maryline Lefor uit Brussel verwacht. Gustavo Naveira moest vanwege een blessure afzeggen. Wie hier eenmaal is geweest, blijft terugkomen voor het dankbare Russische publiek. Voor velen zijn de bedragen die zij voor een workshop moeten neertellen aanzienlijk, niettemin zitten de lessen vol. De concentratie houdt aan tot de laatste minuut. De vooruitgang is indrukwekkend. Dat is het geheim, dacht ik. Je passie serieus nemen, zoals wij Russen dat doen. Techniek en ervaring zijn dan slechts een kwestie van oefenen. Dansen met je hart: de enige mogelijke manier, de enige reden om te dansen. Ik mag de tango dan in Nederland hebben ontdekt, mijn hart dank ik nog altijd aan Moskou.
